Universiteitsmuseum Utrecht

Image via Wikipedia

e gemeente Utrecht staat, net als alle andere gemeentes in het land, voor een fikse bezuinigingsopdracht. In Utrecht beloopt het te besparen bedrag zo’n 100 miljoen. Het hoeft allemaal niet meteen, zo vindt het stadsbestuur, maar tussen nu en het einde van de volgende collegeperiode moet het toch wel een feit zijn. De vraag is hoe dat geld binnen te halen zonder de belangrijke doelen die het stadsbestuur zich gesteld heeft, om zeep te helpen. Dat is nog een hele kunst.

Vorige week nam ik deel aan een sessie van de Ideeënfabriek. Die ‘fabriek’ is ingehuurd door de gemeente om een weg uit de kommervolle toekomstige duisternis te zoeken. Samen met een paar andere sprekers van buiten mocht ik de aanwezige ambtenaren een voorzetje geven die zij dan later in een ruime middagsessie moesten inkoppen. Ik hoorde later dat dit goed gelukt was, er was veel bruisende animo om het allemaal helemaal anders te doen.

Onderwerp waar over gebrainstormd werd was de positie van sociaal kwetsbaren in de stad. Toevallig het onderwerp waar ik vorige week m’n DNU stukje over had geschreven. Mijn oproep om, als het gaat om de integratie van kwetsbaren in de samenleving, vooral te kijken naar de mogelijkheden om hen een plekje in het ‘gewone’ leven te bezorgen vond weerklank. Dat was mooi om te merken. Maar daar gaat het nu niet over.

Rene Paas, ex voorman van het CNV en tegenwoordig directeur van Divosa de vereniging van managers van gemeentelijke sociale diensten en ook uitgenodigd als externe spreker, hield een pleidooi om in tijden van schaarse middelen de ouderwetse kaasschaaf te gebruiken. Hij vond dat een onderschat beleidsinstrument. Zijn opvatting was dat overal 5% of 10% minder heel goed kan zonder dat de kern van het dienstverleningsniveau echt wordt aangetast. Een korting die je makkelijk met grotere doelmatigheid kunt oplossen, vond Paas. Een sympathiek pleidooi. Maar de vraag is of we dat wel moeten willen.

Verder lezen op : http://dnu.nu/podium/3826-kaasschaaf-botte-bijl